Aanmeldingen van Sterre voor voortgezet onderwijs
Home
Voorgeschiedenis
Aanmelding
regelgeving
Chronologisch
Barlaeus
Bredero
Caland
OS Bijlmer
De Poort
SG Reigersbos
Spinoza Vossius Ruzie met het REC hoe verder?
 

laatste nieuws:

Wij dienen op 10 september 2007 een klacht in bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens

Op 16 mei 2007 deed de Raad van State uitspraak in hoger beroep

Wat zijn de gevolgen van deze uitspraak?

Op 17 april 2007 besteedde NOVA aandacht aan de problematiek rond Sterre

zie ook publikatie
(1 mb):

Jij mag niet meedoen
Jij mag niet meedoen.













 


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

 

Caland lyceum

1. Aanmeldingsbrief van 1 maart 2005
2. Periode tussen de aanmelding en de afwijzing
3. De afwijzing
4. Het bezwaarschrift
5. De aanvraag van de school om ACTB-advies
6. De toelichting van de school gegeven in de aanvraag om een ACTB-advies
7. Het repliek van ouders op de door de school gegeven toelichting
8. Het ACTB-advies
9. De hoorzitting
10. Het  besluit op bezwaarschrift
11. Het verzoek aan de voorzieningenrechter om toelating van Sterre
12. De uitspraak van de voorzieningenrechter
13. De hoorzitting
14. De periode tot het tweede besluit op bezwaar
15. Het tweede besluit op bezwaar
16. Het beroep tegen het tweede besluit op bezwaar
17. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam
18. Beroepschrift bij de Raad van State


1. Aanmeldingsbrief van 1 maart 2005
De aanmelding geschiedde per standaardbrief (voor deze 9 aanmeldingen) op 1 maart 2005. De brief werd aangetekend en per e-mail verzonden.


2. Periode tussen de aanmelding en de afwijzing
Het KPN-volgsysteem van aangetekende brieven laat zien dat de aanmelding op 3 maart 2005 aan het Calandlyceum werd uitgereikt.

Op 11 maart 2005 wordt onze aanmelding schriftelijk bevestigd.

Op 4 april worden wij uitgenodigd voor een gesprek op school op 12 april.


3. De afwijzing
Op 26 april 2005 ontvangen wij de afwijzing. De afwijzing is gebaseerd op de toelatingseisen uit de Kernprocedure die voor een vmbo-t gelden, op de veronderstelling dat onderwijs geven aan Sterre tot onhygienische toestanden zal leiden en uit angst dat de school het de andere ouders niet kan uitleggen.


4. Het bezwaarschrift
Wij maken op 1 mei 2005 bezwaar tegen de afwijzing. 

Op dezelfde dag dienen wij bij de ACTB een aanvraag in voor een advies.



5. De aanvraag van de school om ACTB-advies
Op 9 mei 2005 verzoekt de ACTB het Calandlyceum om een advies aan te vragen.

Op 12 mei 2005 dient het Calandlyceum dan wel een verzoek in bij de ACTB om een advies, maar dit wordt ons niet toegezonden.

Op 24 mei 2005 ontvangen wij van de ACTB een brief waarin zij stelt dat, omdat zij meent dat het Calandlyceum niet valt onder de uitzonderingsbepaling van art 4 lid 5 van het Inrichtingsbesluit WVO, zij, verwijzend naar de eerdere aanmelding van Sterre voor het IVKO, verdere afwikkeling van de aanmelding zinloos acht en om die reden geen advies wil geven.

Wij maken op 30 mei 2005 tegen deze interpretatie van haar taken bezwaar bij de ACTB. De lgf-wet (ARTIKEL XIII) stelt dat de ACTB in ALLE gevallen advies geeft waar ouders bezwaar maken tegen een besluit van een schoolbestuur om een leerling niet toe te laten. Het argument dat Sterre, indien toegelaten tot een school die wel aanvullende toelatingsvoorwaarden moet stellen, niet voldoet aan de wettelijke bepalingen houdt geen stand, zoals ook door de rechter vastgesteld onder 11 van haar vonnis over de toelatingszaak bij het IVKO in de uitspraak van 4 november 2004. Maar ook nog, omdat het Calandlyceum een beroepsgerichte vmbo-opleiding biedt, valt het Calandlyceum wel degelijk onder de uitzonderingsbepalingen van artikel 4 lid 5 van het Inrichtingsbesluit WVO.

Op 6 juni 2005 ontvangen wij van de ACTB per e-mail bericht dat de ACTB toch weer wel advies wil geven over de afwijzing van het Calandlyceum. De ACTB zend ons de stukken die het van het Calandlyceum heeft ontvangen.



6. De toelichting van de school gegeven in de aanvraag om een ACTB-advies
Op 12 mei 2005 vraagt het Calandlyceum advies aan de ACTB. Daarbij beroept het lyceum zich op de Kernprocedure en op het feit dat ouders blijkbaar maar niet willen begrijpen dat het Calandlyceum een school voor vmbo-t en hoger is.



7. Het repliek van ouders op de door de school gegeven toelichting
Wij gaven op 7 juni een reactie op de argumentering in de adviesaanvraag van het Calandlyceum.



8. Het ACTB-advies
Op 8 juli 2005 brengt advies uit over de aanmelding van Sterre. Gelijktijdig worden adviezen uitgebracht over de afwijzingen van drie andere scholen: (Bredero, OSB en Reigersbos)

De ACTB is van mening dat Sterre voldoet aan de wettelijke toelatingsvoorwaarden voor de school waarvoor toelating is gevraagd.

Voor de ACTB staat evenwel vast dat Sterre het onderwijs van de school waarvoor toelating is gevraagd niet zal kunnen afronden met het behalen van een diploma. Het is daarom volgens de ACTB niet onredelijk als de school op grond daarvan de toelating weigert.

Volgens de ACTB richt is het voortgezet onderwijs bedoeld voor het geven van onderwijs dat kan worden afgesloten met een diploma. Dit volgt - volgens de ACTB - uit de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel voor de nieuwe WVO (25 410, nr 3).

De ACTB vraagt zich af of de wetgever de consequenties wel heeft overzien voor de wettelijke toelatingsbepalingen zoals vastgesteld in de artikelen 3 en 4 van het Inrichtingsbesluit WVO.

Op grond van het voor de ACTB vaststaande feit dat Sterre geen diploma kan halen voor het onderwijs waarvoor toelating is gevraagd, vindt de ACTB dat het bevoegd gezag in redelijkheid heeft kunnen besluiten Sterre niet toe te laten.

Op 22 augustus geven wij een adreswijziging door. Het staat nu wel vast dat geen enkele reguliere school in Amsterdam (en erbuiten) Sterre zal toelaten. Sterre is op iedere reguliere secondary school in Engeland welkom. Vanaf september gaat ze daarom (voorlopig?) naar school in London.


9. De hoorzitting
Ook al schrijft de Algemene Wet Bestuursrecht voor dat, voorafgaand aan het te nemen besluit op een bezwaar, het bestuursorgaan een hoorzitting moet organiseren, laat het Calandlyceum de hoorzitting achterwege.


10. Het  besluit op bezwaarschrift
Op 27 september 2005 ontvangen wij een op 8 september 2005 gedateerde brief die misschien opgevat kan worden als een besluit op bezwaar.


11. Het verzoek aan de voorzieningenrechter om toelating van Sterre
Op 7 oktober 2005 dienen wij een beroepsschrift in bij de Rechtbank in Amsterdam.
Op 27 september 2005 hadden wij al een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.
De rechtbank heeft besloten het verzoek op woensdag 2 november 2005 te behandelen om 13:55 uur. Plaats: Rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 220.
Zie ook: produkties horend bij het beroepsschrift en het verzoek om een voorlopige voorziening. (De produkties zijn de week voor de zitting nog uitgebreid met het net in de schoolgids 2005/2006 gepubliceerde rugzakbeleid van het Calandlyceum. Het schoolplan rept nog steeds niet over Rugzakleerlingen)

Pleitnotities van ons.
Verweer van het Calandlyceum

Partijen stemden in dat de rechter ook uitspraak zal doen in de beroepszaak.
Uitspraak verwacht op 16 november 2005


12. De uitspraak van de voorzieningenrechter
De rechtbank Amsterdam heeft op 15 november 2005 uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het verzoek om een voorlopige voorziening.  De rechter was van mening dat het besluit op bezwaar niet bevoegd en niet onderbouwd is genomen. De rechter verklaart het beroep van ouders gegrond maar wijst het treffen van een voorlopige voorziening (opnieuw besluiten binnen twee weken, afstand nemen van de Kernprocedure en een dwangsom) af.


13. De hoorzitting
Het bevoegd gezag van het Calandlyceum schrijft een hoorzitting uit op 8 december 2005.

Ten behoeve van de hoorzitting sturen wij een brief naar de Commissie voor Bezwaar en Beroep van Stadsdeel Osdorp over de contekst van de lgf-wetgeving. Naar ons idee ziet het stadsdeel de lgf als een 'juridisch' probleem waarin het stadsdeel haar gelijk wil krijgen.

Voor de hoorzitting wordt door het stadsdeel een onafhankelijke commissie benoemd die de visie van ons (ouders) en van het DB van Stadsdeel Osdorp hoort. De commissie stelt op grond daarvan een advies op aan het DB. Het DB (Dagelijks Bestuur van het stadsdeel dus) kan dit advies overnemen of zelf een besluit nemen.

Ten behoeve van de hoorzitting prepareren wij een gespreksnotitie waarin wij schetsen dat het bestuur van het Calandlyceum al jaren op de hoogte moet zijn van onze wens om Sterre op het regulier voortgezet onderwijs te krijgen, maar dat zij al die jaren heeft gedacht: "laat die ouders maar tollen, tegen de tijd dat ze bij ons komen hebben ze er toch geen zin meer in".

Het DB van Stadsdeel Osdorp stelt een "verweerschrift" op. Opvallend is dat het DB in haar verweerschrift de motivering van het primaire besluit overneemt. Hierin wordt de Kernprocedure niet genoemd maar "de toelatingseisen van de kernprocedure" vervangen door de expliciete eisen van de kernprocedure. Op haar website en in haar schoolgids noemt het Calandlyceum wel de Kernprocedure. Volgens het Calandlyceum vindt uitsluitend toelating plaats op grond vcan die procedure. Het DB vindt het blijkbaar erg tricky om de Kernprocedure in het geding te brengen.
Het Calandlyceum blijft evenwel vasthouden aan haar standpunt dat het Calndlyceum een school voor vmbo-t en hoger is en dat de uitzonderingsbepaling van art 4 lid 5 van het Inrichtingsbesluit NIET op haar van toepassing is.

Tot slot heeft de vertegenwoordigster van het DB nog aan stapel uitspraken over rugzakzaken uitgedraaid ter verspreiding onder de aanwezigen.


14. De periode tot het tweede besluit op bezwaar
Het stadsdeel Osdorp houdt een hoorzitting op 8 december 2005 in het Stadsdeelkantoor. Een verslag van de hoorzitting zit in de bijlagen bij het besluit op bezwaar van 20 december 2005.

15. Het tweede besluit op bezwaar (20 december 2005)
Het Dagelijks Bestuur van Osdorp, in haar hoedanigheid als bevoegd gezag van het Calandlyceum, handhaaft het besluit om Sterre niet toe te laten.

16. Het beroep tegen het tweede besluit op bezwaar
Op 6 januari 2006 verzenden wij een beroepsschrift met produkties (5Mb) en een verzoek om een de beroepszaak in kort geding te willen behandelen aan de Rechtbank in Amsterdam.

Wij stellen het stadsdeel Osdorp per fax in kennis van het indienen van het beroep tegen zijn besluit.

De behandeling van ons beroep tegen het besluit van 20 december 2005 zal plaatsvinden in kort geding door de Rechtbank Amsterdam (Parnassusweg, vlakbij NS station Amsterdam Zuid/WTC) op 1 maart 2006 om 13:30 uur.
Gelijktijdig zullen onze beroepszaken tegen de Open Schoolgemeenschap Bijlmer (OSB) en Scholengemeenschap Reigersbos worden behandeld.

Alledrie de scholen laten zich op 1 maart juridisch bijstaan door Noortje Janssen van de VBS. Eerder stond zij ook al het IVKO bij in de rechtzaken die wij tegen die school voerden. Hierover schreef zij in april 2005 een stukje in VBSchrift.
Op 14 februari ontvingen wij aanvullende produkties die zij aan de rechtbank heeft gestuurd.

Wij ontdekken jurisprudentie over de vermeende diploma-eis die door het Calandlyceum wordt aangevoerd. Wij berichten hierover de rechtbank (15 feb 2006).

Op 24 februari 2006 zenden wij de rechtbank alvast onze pleitnotitie. Naar aanleiding daarvan verzoekt de verdediging ons de uitspraak waarin staat dat geen diploma-eis mag worden gesteld, naar de rechtbank te sturen.

Tijdens de zitting van 1 maart 2006 stelde de rechter vast dat de zaak te ingewikkeld was (geworden) en stelde voor de zaak in mei (9 mei 2006) met de meervoudige kamer voort te zetten.

Op 9 mei 2006 om 11:00 worden in een gelijktijdige behandeling de beroepszaken tegen het Calandlyceum, de OSB en SG Reigersbos behandeld.

zie pleitnota Calandlyceum. Uitspraak over 6 weken en proces verbaal van de zitting.

Op 20 juni 2006 besluit de rechtbank de termijn voor het doen van een uitspraak met ten hoogste zes weken te verlengen.



17. De uitspraak van de voorzieningenrechter
Op 7 juli 2006 doet de rechtbank uitspraak. De uitspraak is eensluidend voor de andere twee scholen. Wij (eisers) vonden dat het besluit op bezwaar om Sterre niet toe te laten onzorgvuldig was genomen omdat het geen rekening hield met de lgf-wetgeving en vroegen de rechter om de scholen op te dragen een nieuw besluit te nemen.

De rechtbank acht het aannemelijk dat de zwaarte van deze handicaps het onmogelijk maakt dat Sterre het niveau van het door deze school geboden onderwijs kan halen, en tevens dusdanig hoge eisen aan de begeleiding van en het onderwijs aan Sterre stelt, dat het bieden van op het niveau en de behoeften van Sterre afgestemd onderwijs in klassikaal verband illusoir is. Ook met de eventuele inzet van extra (LGF-)middelen is het bieden van zodanig onderwijs naar het oordeel van de rechtbank niet realistisch te noemen. Reeds om deze reden kon verweerder toelating van Sterre op de school weigeren.
De omstandigheid dat Sterre haar eigen leerdoelen heeft doet daar niet aan af.

Ten aanzien van eisers stelling dat verweerder heeft nagelaten in het schoolplan beleid ten aanzien van LGF-leerlingen te formuleren, overweegt de rechtbank dat deze formele grief, wat daar ook verder-van zij, niet kan leiden tot een voor Sterre gunstige beslissing.

Bovenstaand overziend is de rechtbank van oordeel dat er geen grond is voor het oordeel dat
verweerder de toelating tot het onderwijs niet kon weigeren. Het beroep is dan ook ongegrond.

18. Beroep bij de Raad van State
Op 13 juli 2006 tekenen wij voor het Calandlyceum beroep aan bij de Raad van State.

Op 1 september 2006 dient de gemachtigde van het Calandlyceum een verweerschrift in.

Op 2 oktober 2006 dienen wij een eerste aanvulling op het beroepschrift in. Hierin stellen wij dat de overheid (hier stadsdeel Osdorp) bij haar besluit om Sterre te weigeren geen rekening heeft gehouden met het feit dat er dan in het geheel geen school voor (de leerplichtige) Sterre is.

Wij beroepen ons daarbij op de bepalingen op artikel 2 van het Eerste Protocol van het EVRM en artikel 18 van het BuPo-verdrag. Deze verdragsteksten stellen dat de staten de (filosofische) levensovertuiging van ouders moeten respecteren als zij een school kiezen voor hun kind. Wij stellen dat de school waar Sterre naartoe gaat zich ook moet bezighouden met actief burgerschap en sociale integratie in de samenleving.  Dit "is" geen doelstelling van het speciaal onderwijs.

Echter complicerend is dat sinds 1 februari 2006 is ook het speciaal onderwijs gehouden zich te richten op sociale integratie en actief burgerschap. Sinds die datum is artikel 11 van de WEC gewijzigd op grond van de Wet van 5 December 2005 (2005, Stb 678). Neemt niet weg dat het Calandlyceum besloten heeft onder het oude artikel 11 van de WEC, maar de Rechtbank Amsterdam heeft op 7 juli 2006 gevonnist onder het nieuwe artikel 11 van de WEC.

Nadat de zittingsdatum is vastgesteld dienen wij op 6 februari 2007 een repliek in op het verweerschrift van 1 september 2006.

Omdat de Rechtbank Amsterdam in haar uitspraak naar onze mening verbijsterend gemakkelijk voorbijging aan het niet hebben van zorgvoorzieningen voor leerlingen met een leerlinggebonden budget en omdat niet eenvoudig is uit te leggen wat een zorgvuldige belangenafweging is bij een toelatingszaak van een lgf-leerling, dienen wij op 14 februari 2007 een tweede aanvulling op het beroepsschrift in.

De zitting van de Raad van State was op 13 maart 2007.  Op 24 april 2007 besloot de Raad van State de termijn voor het doen van een uitspraak te verlengen met 6 weken (tot uiterlijk 6 juni 2007)

Voor een overzicht: zie processtukken tbv beroep bij de Raad van State


19. Uitspraak in hoger beroep Raad van State (16 mei 2007)
De Raad van State bekrachtigde de door ons aangevallen uitspraak van de Rechtbank Amsterdam. Het Calandlyceum mocht Sterre weigeren.

De Raad van State stelde dat het Calandlyceum inderdaad een diplomaperspectief mag eisen (ondanks het feit dat het Calandlyceum op grond van art 4 lid 5 van het Inrichtingsbesluit WVO geen geschiktheidseis mag stellen) en dat het inderdaad de discretionaire bevoegdheid is van de school om te beslissen over toelaten (ondanks de bewijslast die de school ingevolge de lgf heeft).

De RvS ging niet in op het beroep dat ouders deden op art2 van het Eerste Protocol van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) dat zegt:

Niemand mag het recht op onderwijs worden ontzegd. Bij de uitoefening van alle functies die de Staat in verband met de opvoeding en het onderwijs op zich neemt, eerbiedigt de Staat het recht van ouders om zich van die opvoeding en van dat onderwijs te verzekeren,
die overeenstemmen met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen

en op artikel 18 vierde lid van het Internationaal Verdrag van Burgerrechten en Politieke Rechten (BuPo) dat zegt:

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag verbinden zich de vrijheid te eerbiedigen van ouders of wettige voogden, de godsdienstige en morele opvoeding van hun kinderen overeenkomstig hun eigen levensovertuiging te verzekeren.


Concreet betekent de uitspraak van de Raad van State voor Sterre dat er voor haar geen enkel voortgezet onderwijs in Nederland is.

Een voorzichtige conclusie kan ook zijn dat de Wet op de Leerlinggebonden Financiering geen enkele bescherming biedt voor de leerling of haar ouders als een school niet wil. En de lgf is juist juist ingesteld omdat "niet-willen" geen reden zou mogen zijn voor een school om een leerling te weigeren.

Als in de huidige discussie over "Passend Onderwijs" niet voor ouders wordt vastgelegd dat zij ONVOORWAARDELIJK keuzerecht hebben tussen regulier of speciaal onderwijs, dan zullen scholen kinderen op speciaal scholen blijven plaatsen tegen de wil van ouders en leerlingen.

Op 5 juli 2007 ontvangen wij een brief van de staatssecretaris waarin zij zegt niets voor ons te kunnen doen en wijst op het traject rond Passend Onderwijs.

Home
Voorgeschiedenis
Aanmelding
regelgeving
Chronologisch
Barlaeus
Bredero
Caland
OS Bijlmer
De Poort
SG Reigersbos
Spinoza Vossius Ruzie met het REC hoe verder?
B
Bijgewerkt op 11 oktober 2007